Al in het midden van de achttiende eeuw worden in Nederland de symbolieke graden verbonden aan de hogere graden van de Franse vrijmetselarij.
In 1803 wordt deze werkwijze ondergebracht in een onafhankelijke Grootmacht: de Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland. Waar de blauwe graden de grondslag leggen, voert het Hoofdkapittel der Hoge Graden de leerling verder — langs een weg die zich niet in jaren laat vangen, maar in graden van inzicht.
De werkzaamheden in de loges maken deel uit van de in Frankrijk ontstane Rite Moderne, een stelsel van zeven graden. De eerste drie — Leerling, Gezel en Meester — worden verleend in de symbolieke of blauwe graden, in de loges onder het Grootoosten der Nederlanden.
De zevende graad wordt verleend in de Kapittels van de Orde der Hoge Graden. Het is een indrukwekkende inwijding die een diepere betekenis geeft aan de bereidheid van de kandidaat om alles te geven om het verloren Meesterwoord weer te vinden.

De roos ontvouwt zich niet in haast. Zij staat voor een inzicht dat zich pas toont aan wie de eerdere graden heeft doorleefd.
Hoewel het rituaal vaste onderdelen kent, is er door de eeuwen heen een diversiteit aan rituelen en gebruiken ontstaan. Die diversiteit maakt het visiteren de moeite waard en de uitwisseling van ervaringen leidt tot een verdiepend begrip.
Gebeurtenissen in het platte vlak die jouw eigen leven, jouw eigen persoon betreffen. De confrontatie met jezelf, met de ruwe steen die bewerkt moet worden.
De grootte van de Gezellenloge geeft aan in welke dimensie hij terecht is gekomen: oneindig. De ervaring van de eenheid en de beleving ervan met het zien van het pentagram, de Vlammende Ster.
Je wordt teruggeworpen tot je diepste binnenste en gaat aan de arbeid aan het tekenbord.
Deze graden worden aan het begin van de inwijding tot Soeverein Prins van het Rozekruis bij communicatie verleend — de kandidaat wordt niet afzonderlijk ingewijd, maar neemt ze mee op zijn reis naar de zevende graad. De specifieke betekenis en symboliek ontvouwen zich gedurende die reis.
Het rituaal vangt aan in duisternis, maar brengt de Meester in contact met drie grote verworvenheden: Geloof, Hoop, Liefde. Niet een volgende trede in een reeks, maar de voltooiing van de meestergraad — het punt waarop de symbolen van hamer en beitel plaatsmaken voor die van kruis en roos.
Het hoogste gezag in de Orde wordt gevormd door de Algemene Vergadering — het Hoofdkapittel der Hoge Graden — dat éénmaal per jaar wordt gehouden en wordt voorgezeten door de Grootmeester.
Afgevaardigden van de Kapittels kiezen hier de leden van het Opperbestuur, dat bestaat uit elf leden, waaronder de Grootmeester, de Generaal Inspecteur, de Grootkanselier en de Grootthesaurier.
Kapittels die deel uitmaken van de Orde vormen een zelfstandige rechtspersoon, waarvan het bestuur op democratische wijze door de leden wordt gekozen.
De Orde bestaat momenteel uit eenendertig Kapittels in Nederland, twee in Suriname, één op Curaçao en één op Aruba — verspreid door het gehele Koninkrijk.
Ieder vrijmetselaar die de meestergraad heeft ontvangen, kan kennismaken met de Hoge Graden in een Kapittel in zijn regio.
Bekijk alle kapittels